De tekstborden De tekstborden
Aan weerszijden van de kansel hangen twee tekstborden. We zullen deze twee tekstborden eens nader bespreken. De teksten zijn immers van veraf niet te lezen. Deze tekstborden zijn in het jaar 1879 vervaardigd door de timmerman H. van de Kieft en de schilder Johannes van Rossum. De rekening die Van Rossum in september van dat jaar stuurde, vermeld het volgende: "Twee borden in de kerk, de lijsten zwart met goud, de borden wit marmer en zo en de Wet, 12 artikelen en Onze Vader opgeschildert enz. f 140,--. Tevens: De gezangborden in de kerk zwart met goud geschildert en de nummers enz. f 5,80.” Wat de timmerman in rekening heeft gebracht is (nog) niet bekend.

Deze borden zijn gemaakt op last van de Kerkvoogden: P.Varenkamp, K. Pruijs, J. Koelevijn; notabelen F. Romviel, A. Luttink, M. ter Beek. Predikant J.A. Ruijs: ouderlingen H. van Zoest, T. van de Vuurst, J. Hopman, W. Koelewijn en de diakenen E. van de Kolk en Z. Hoolwerf.

Beide borden zijn aan de zijkanten voorzien van een decoratie van krulwerk. Hierin zitten adelaarskoppen en -klauwen verwerkt. Bovenop de borden zit een driehoek met goudkleurige knoppen.

Op het linkerbord zijn de Tien geboden opgenomen. In het driehoekje boven het bord staat in sierlijke krulletters: "de WET des HEEREN". Op het tekstbord zelf staat eerst over de gehele breedte: "EXODUS XX en DEUTERONOMIUM V Ik ben de HEERE uw God, die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb." Daaronder staan op twee witte velden die de stenen tafelen voorstellen, de tien geboden in zwarte letters.



De hoofdletters waarmee elk gebod begint is erg sierlijk en goudkleurig. Daaronder staat weer op een zwarte ondergrond: "ROMEINEN X vers 4, want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk die gelooft. Onder het bord in de krulversiering is ook nog een tekst opgenomen op een klein rechthoekig wit veld. De tekst die hierop staat, luidt: "MATTHEUS XI vers 28 Komt herwaarts tot mij allen die vermoied (foutje) en belast zijt, en ik zal u rust geven." Daaronder staat in een rondje het jaartal 1879.

Op het rechterbord zijn de 12 artikelen des Geloofs en het Onze Vader opgenomen. Het bord is wat de indeling betreft precies gelijk aan het linkerbord. In het driehoekje staat hier: Het GELOOF en GEBED.

Boven de witte velden staat: "HEBREEN XI vers 1 Het geloof nu is een vaste grond der dingen die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet." Op de witte velden staat links de apostolische geloofsbelijdenis voorafgegaan door de volgende tekst: Het algemeen ongetwijfeld Christelijk geloof, waarvan bekentenis doen met mond en hart, spreekende: 11 en vervolgens de 12 artikelen. Op het rechter veld staat: "MATTH. VI. vers 6-13. Maar gij, wanneer gij bidt, ga in Uwe binnenkamer, en uwe deur gesloten hebbende, bid uwen Vader die in het verborgen is, en uw Vader, die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden. En als gij bidt, zoo gebruikt geen ijdel verhaal van woorden gelijk de heidenen want zij meenen, dat zij door hunne veelheid van woorden zullen verhoord worden. wordt dan hun niet gelijk, want uw Vader weet, wat gij van noode hebt, eer gij Hem bidt. En dan bidt aldus: en dan volgt het Onze Vader. Hieronder staat: "ROMEINEN V vers 5 En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door den Heiligen Geest die ons is gegeven." In het witte veldje onder het bord staat: 0PENB.VAN JOH.II vers 10c Zijt getrouw tot den dood, en ik zal u geven de kroon des levens."

Onder de beide tekstborden hangen psalmborden. De gezangborden die in de rekening van Van Rossum worden genoemd, hangen tegenwoordig in de consistorie.
terug